Ontmoetingen, johan van dreven

ontmoetingen

Mensen die ik tegenkwam, of die mij tegenkwamen, in mijn werk, vrije tijd, gezondheids- en gehandicaptenzorg, daar gaan mijn verhalen over. 

Ja, dus grotendeels autobiografisch. En ja heel vaak de (keiharde) werkelijkheid. En ja, soms ook om directe herkenning te voorkomen, een aangepaste versie, maar altijd echt gebeurd of verteld door anderen.

Schipper niet met jezelf, want...

Jij bent alles wat je hebt zei Janis Joplin.

Wat heeft zij, Janis Joplin, bedoeld met deze tekst?

Haar heeft het niet geholpen, dat motto dan, zo lijkt mij.

Janis Joplin overleed in 1970 op 27 jarige leeftijd aan een overdosis heroïne. Helaas voor haar was het onversneden, wat zij niet wist, het was geen zelf verkozen dood.
Maar dan nog, ‘jij bent alles wat je hebt’. Ik doe even niets en laat het op me inwerken.

Ik proef de woorden nog eens: “jij bent alles wat je hebt”.

Waarom, als dat je levensmotto is, waarom vlucht je dan in drank en drugs?
Kon ik het haar nog maar vragen, we zouden vast een interessant gesprek hebben.
De wereld van (soft) drugs heb ik intensief meegemaakt, nee niet als gebruiker, ik stond ook toen al graag langs de lijn. Kijken, gadeslaan, waarnemen en proberen invloed uit te oefenen. De jaren 60 kenmerkten zich door veel experimenteren, dat heeft zich tot vandaag voorgezet, met nieuwe (party) drugs, niets nieuws dus.
Het is zo jammer, dat drugs overleven, het experimenteren met risico’s gaat door, maar de boodschap die door Janis werd achtergelaten leeft niet voort, althans dat lijkt zo.

– Schipper niet met jezelf. Jij bent alles wat je hebt (Janis Joplin) –

  • Wat maakt dat je, met wat jij bent, alles dus, experimenteert.
  •  Omdat je je teveel aantrekt van wat anderen zeggen?
  •  Omdat je teveel wilt voldoen aan het beeld dat anderen van jou hebben? 
  • Of ben je bang voor het leven, bang voor de keuzes?
  • Of, en dat kan natuurlijk ook, bang voor de keuzes die jij al had gemaakt en de gevolgen die dat heeft, geen weg terug.
  •  Of, nog erger, bang geworden door wat anderen jou hebben aangedaan.

Intrigerend dit motto.
Schipper niet met jezelf, dat betekent toch, wees blij met jezelf, hou van jezelf met al je goede en foute dingen die je in je hebt. Vlucht daar niet voor.

Was het misschien niet haar motto, maar haar wens om zo te kunnen leven, te kunnen leven volgens dat motto?

Rest nog de vraag waarom iemand het als motto heeft overgenomen. Ook geraakt door de eenvoud, door de eeuwigheid van het motto?

Waarom raakt het mij, heb ik het wel begrepen?

Weg van haar familie

We kwamen elkaar regelmatig tegen.

Soms liepen we samen een stukje op, zij op weg naar huis, en ik? Ik zwierf rond, sliep bij kennissen van vrienden, nergens echt thuis. 

Zij was een topsporter, gaf alles op voor haar doel. 
Mijn eigen sportcarrière was al voorbij voordat die goed en wel begonnen was, door blessures. Ze voelde dat feilloos aan. We praatten er veel over.

Ook haar familie was streng christelijk, zag haar keuze voor topsport niet zitten. 
In korte tijd gebeurde er voor haar ingrijpende dingen en stond haar leven op de kop. Ook in de jaren ’60 maakten jonge meiden heftige dingen mee. 
Ze zakte voor haar HBS-examen, raakte zwaar geblesseerd, in dezelfde week. Tijdens haar revalidatie werd ze misbruikt. Aangifte hielp niet.

Een modellenbureau ontdekte haar. We fotografeerden een paar keer samen, buiten, want een studio had ik niet. Het was geen straf om met haar te werken. Topsport bleek niet meer haalbaar, als model deed ze het goed. Ook nu kreeg zij te maken met verkeerde mannen en ondervond thuis weinig tot geen steun. Uiteindelijk brak ze met alles en iedereen. Alleen van haar kleine zusje en van mij nam ze afscheid. Daarna verdween ze.

Jaren later vond zij mij online terug. In Engeland had ze haar school afgemaakt, een universitaire studie voltooid, een mooie carrière opgebouwd. Ze wilde niet vertellen hoe ze dat allemaal voor elkaar had gekregen. Altijd single gebleven. "Ik geloof niemand meer op persoonlijk vlak," schreef ze. "Nee, ook jou niet."

En toen kwam iets wat ze nooit eerder had verteld, aan niemand. In Engeland had ze een zoon gekregen en hem meteen na de geboorte ter adoptie afgestaan. Ze was jong, een studente, al beschadigd door het leven, zag geen kans een kind alleen op te voeden. Toen hij dertig was, had hij, haar zoon, haar gevonden. Niet lang daarna verongelukte hij. Ze had nauwelijks tijd gehad om aan het idee te wennen dat ze een zoon had.

Opnieuw verdween ze. Dit keer definitief. Geen e-mail adres meer, geen telefoon. Ze vertrok naar Afrika. Als vrouw en kinderpsycholoog wilde zij daar iets betekenen—voor vrouwen. 14 maart 2025

Een song for you?

15 jaar was ze toen ze een kind baarde. 

Twee actrices zag ik acteren in

een oud gebouw, niet heel mooi, wel indrukwekkend en sfeervol. 
Ik keek naar beneden, een stationshal met klassieke harde banken. Het viel me op dat ik uitsluitend gemurmel hoorde, hoorde geen gesprekken en helemaal geen harde geluiden.

Foto’s maken van dit klassieke gebouw in Oost Europa was mijn bedoeling, waarvan alleen deze hal na de sloop zou overblijven. En natuurlijk kijk ik altijd of er prachtige, verweerde koppen zijn te zien en te fotograferen, keus zat deze keer.

Iemand tikte mij aan, een jonge vrouw vertelde mij geen foto’s te maken van het kleine meisje dat daar rond liep. Zij wees op een rondhuppelend meisje die zeker in mijn lens zou zijn verschenen. Nieuwsgierig, volgens sommigen onbeleefd, ging ik het gesprek aan. De 25 jarige met haar dochtertje beneden van 10, woonde al 6 jaar lang tijdens de zomermaanden in een nis in dit oude gebouw.
Ze liet de leefruimte zien en vertelde dat ze hier werd gedoogd. Ze ontving ook wel mannen, of ik ook wilde. Nee, die behoefte en nieuwsgierigheid had ik niet. Ze haalde haar schouders op en zei nog dat ze niet duur was.
Na de zomer ging ze weer verder met haar studies aan de universiteit, Engels en Economie. Haar kind woonde dan bij een tante en ging naar school, ze zagen elkaar dan om het andere de weekeinde. Wat zij samen zomers verdienden was meer dan genoeg om van te kunnen leven de rest van het jaar, ze spaarde ook nog.

Ik beloofde haar het kind niet te fotograferen. De jonge moeder verdween, ik zag haar in korte tijd drie keer met een man naar haar nis gaan en vroeg me af hoe ze haar klanten scoorde.
Gefascineerd volgde ik de 10-jarige, zij pikte feilloos de buitenlanders eruit en zag, dat zij mannen die alleen waren, iets in het oor fluisterde.
Aan stellen stelde ze een vraag zo te zien, als er geen reactie kwam bleef ze even staan, maar als haar acteertalent niet werd opgemerkt of gewaardeerd huppelde ze verder.

Een Nederlands stel had met het meisje gepraat, hen vroeg ik wat de kleine actrice allemaal zei.
Ze spreekt vloeiend Engels, je kunt kiezen uit verschillende liedjes die ze voor je wil zingen. De openingszin, om aandacht te krijgen luidt, ‘a song for you?’
Ze kreeg veel reacties en bekijks, de rest was eigenlijk kinderspel.

7 maart 2025

Vreemde man

Kringloopwinkel. 

Mijn vrouw keek en kijkt veel grondiger dan ik, 
een goed oog voor allerlei toepassingen. De garage lag vol destijds, maar daar gaat het nu niet over.

Liever ga ik ergens zitten, typetjes kijken, net een terrasje. 
Vlakbij de speelgoedkamer speelde een klein meisje. Ze liep de speelkamer in en uit, allerlei poppetjes en bijbehorende prullaria werden netjes uitgestald midden op het looppad, haar wereld. Ik bekeek haar wereld. ‘Waarom kijkt u naar me, ik zag het wel’. ‘Tja, eigenlijk speel je in het looppad en dat is niet zo handig, iemand kan zo maar op jouw speeltjes trappen.’
Ze ging voor mij staan. ‘Ik mag niet met u praten, een vreemde man.’ Ik liep verder, voorzichtig laverend tussen haar spullen, haar wereld midden in die winkel. Een vreemde man, letterlijk, of mocht ze niet praten met vreemde, onbekende, mannen. Een lange rij bij de kassa, het schoot niet echt op. Dat kwam goed uit. Een leeftijdsgenoot tikte mij aan, met aan de hand het kleine meisje van net. “Heeft u haar net aangesproken? ’Ik vertelde haar hoe het was gegaan, zij was het immers die mij had aangesproken. Oma moest lachen. Zij vertelde hoe bijdehand kleindochter was en hoe verrassend ze uit de hoek kon komen. ‘Waarom keek u naar mij, vindt u het leuk om naar mensen te kijken, waarom dan, kijkt u alleen naar kinderen …..’. Veel vragen in één zin. ‘Mag je nu wel met mij praten, ik ben toch een vreemde man?’ Even was ze verbaasd. ‘Met oma erbij mag ik wel met u praten, hè oma?’ We kletsten wat en langzaam werd de rij voor de kassa kleiner en zij vond het tijd voor een slot opmerking. ‘Fantaseren vind ik leuk, van mama mag ik niet teveel fantaseren, zij zegt dat het niet goed is als je teveel fantaseert. Eigenlijk is een kringloopwinkel veel leuker dan een terrasje.
28 febr 2025

Zijn kind of zijn kleinkind?

Midden in de nacht, zacht aanhoudend geklop op het raam.

Geen politie  zoals eerder deze week, die klopten wel wat lomper. 

Ik sliep op steeds wisselende locaties, deze keer in een jongerenclub, midden in het centrum.

Blote voeten, in nachtpon en doorweekt van de regen, fiets neer gesmeten. Zij wist van mijn activiteiten en nu, nu zocht ze in grote paniek een toevluchtsoord, een luisterend oor, ze moest haar verhaal kwijt.

Haar natte spul uittrekkend zag ik de striemen over haar hele lichaam.

Kneedplekken op haar borsten vielen mij nog het meeste op. Snel deed ze een trui en trainingsbroek van mij aan. Ze wilde niets vertellen, eerst huilen en daarna slapen.
Huilen lukte goed, lang en intens, woedend schreeuwend en scheldend. Slapen lukte haar uiteindelijk ook, in mijn slaapzak, ik zat zowat tegen de brandende houtkachel om warm te blijven, mij lukte slapen niet.

Haar vader was redelijk bekend in deze omgeving, een man van aanzien. Aangifte zou nog moeilijk worden. Zij was weer eens te laat thuis gekomen, papa, een weduwnaar, verdacht haar ervan sex te hebben gehad en wilde dan zelf ook wel proeven van dat jonge lijf.
Zij had geweigerd en zich hevig verzet, zonder succes, het resultaat aan de buitenkant had ik gezien.

Zij geloofde niet dat aangifte haar zou helpen, zij kende de kringen rondom haar vader. De volgende dag bracht ik haar naar huis en vertelde  papa wat mij was verteld en wat ik had gezien. Hij bood mij een baan die ik niet wilde. Zij pakte haar tas en vertrok.

Hij ongerust aan wie zij wat zou vertellen, ik ongerust om wat ze ging doen.

Het enige bericht wat mij heeft bereikt, was dat ze voor zichzelf ging zorgen en vertrok uit mijn leven. Papa vertelde veel later dat ze nooit een aanklacht had ingediend, wel een kind gebaard, zijn kind of was het zijn kleinkind.

Hij noch ik hebben haar ooit weer gezien.
21 febr 2025

Valentijnsdag

Valentijn  

Op Valentijnsdag denk ik vaak aan de andere kant van het leven.

Lang geleden werd ik ermee geconfronteerd en zal het nooit vergeten.

Valentijn was nog geen hype, voor sommigen al wel een ankerpunt.

Een 15-jarige slungelige jongen zeulde een winkelwagen met 8 kratjes bier uit de winkel. Ik was hem wel eens tegengekomen ergens in het circuit van jeugdhonken. Rustig, meestal welbespraakt maar ook zeer op zijn hoede, hij leek me wel slim.

Hij laadde de handel in een busje en toen hij terugliep groette ik hem. “Een feestje?” Een klein lachje verscheen, hij schudde nee.

Terwijl ik mijn zooi in de auto laadde antwoordde hij: “Voor mijn vader. Eén kratje per dag is niet meer genoeg, zeker niet op Valentijnsdag.”
Vragend keek ik hem aan, hij keek naar beneden.

“Mijn moeder stapte uit het leven op Valentijnsdag, 2 jaar geleden. Mijn zus van 17 is gaan werken, ik doe de huishouding en ga naar school. Mijn vader zuipt en huilt, al 2 jaar lang.”
Hij leunde tegen de auto en rookte een sigaretje, jongensachtig.

Hij stond daar nog nadat ik mijn lege winkelwagen had weggebracht. “Kunt u me naar huis brengen? Mijn vader slaapt in de bus en wordt vanzelf weer wakker en komt dan naar huis.” Zwijgend reden we naar zijn huis. “Wilt u vergeten wat u nu weet, mijn zus en ik redden het wel. Papa heeft beloofd dat deze liefdes-dag de laatste keer is dat hij zich vol laat lopen, misschien gaat hij wel naar een kliniek.”

Ik knikte, hij stapte uit en zwaaide.

De dood dichtbij

Aan zijn neus herkende ik hem.

Hij, in een rolstoel, ooit een grote sportieve vent van zeker 2 meter.

Hij had altijd een lach en goede mop.
Hij, die in staat was, je je eigen auto te laten kopen, een optimist en levensgenieter.

Hij tikte mij aan en grijnsde. Zachtjes hoorde ik hem zeggen dat hij mijn naam niet meer wist, maar wel kende. 
Zijn neus dus, een grote dikke neus, overgehouden aan zijn boks verleden. Ik was hem tegengekomen tijdens mijn diensttijd. Een blauwe maandag heb ik gebokst, ik was daar slecht in, werd altijd kwaad als ik klappen kreeg. Een slechte zaak bij boksen, dat kwaad worden. Hij had mij uitgelachen op een leuke manier, had gezien dat boksen niets voor mij was en plaagde me daar goedmoedig mee.

Nu zat hij daar in die rolstoel, zachtjes fluisterend omdat de kracht uit zijn stem was. Het afgelopen jaar had hij een tia gehad, een zware hartaanval en hij bleek uitgezaaide  kanker te hebben.
En toch, toch lachte hij nog.
Hij was met een afscheidsronde bezig, vrienden en kennissen gedag zeggen. Als bij toeval kwamen wij elkaar nu tegen.
Of ik nog wel eens had gebokst, ha, ha, hij wist het antwoord natuurlijk wel. Hij had mij laten zien waarom ik nooit zou leren boksen, tenzij ik me zou leren beheersen. Hij concludeerde dan ook dat ik me dus niet had leren beheersen.
Nou, dat viel wel mee vond ik, maar hij schudde zijn hoofd. Je hebt het leren hanteren, je eigen onvermogen, maar je kunt je feitelijk nog steeds niet beheersen wed ik.
Goed, stof tot nadenken voor mij.

Met een vrolijke ondertoon vertelde hij dat niemand op zijn begrafenis hoefde te komen. Hij nam nu afscheid van iedereen, op zijn manier, hij koos de bij hem passende manier. De kanker was onbehandelbaar gebleken. Als bokser wist hij heel goed wanneer een gevecht voorbij is, de handdoek gaat in de ring.

Zijn vrouw kwam uit de winkel, vrolijk type, ook groot en innemend. Hoe het met haar ging? Verbaasd reageerde ze, met mij? Met mij gaat alles goed. Ik kan hem helpen, hij laat dat toe. Het is heerlijk om samen afscheid te nemen van iedereen. En daarna? Weet jij wat er morgen gebeurd?

Nog meer om over na te denken.
We zwaaiden naar elkaar, ik had een brok in mijn keel. Hij was pas 66 jaar en nooit ziek geweest.

Bedelaars en gelovigen

Rome was de bestemming.

We maakten grappen over audiëntie bij de Paus, het bleek dat het echt kon, als je wel even € 35,- betaalde. 

Commercie en geloof versterken elkaar, opbrengst  voor de één een slap handje, voor de ander, de kerk, jaarlijks bakken met geld.

Het leven in Rome is kennelijk heel gevaarlijk, althans als je aantal ambulances met gillende sirenes als maatstaf neemt. Ook de overal aanwezige politie versterkt het gevoel dat het gevaar altijd op de loer ligt. Voor ons als toeristen was het relaxed, je moet je dan wel afsluiten voor de Italiaanse, lees omslachtige, werkwijze om ergens binnen te mogen komen. Het stadslawaai leek meer dan in andere grote steden die we al eerder bezochten en schoon was het zeker niet.

De snerpende politiefluitjes bleken een effectief middel om mensen te waarschuwen dat ze ergens niet mochten lopen, staan of niet met hun zere voeten in de Trevi-fontein mochten zitten.

De straathandel, al dan niet illegaal, tiert er welig, veel minderstanders dus.
Rome is ruim voorzien van kerken, dus veel kerkgangers? Kerkgangers hier zijn grof te onderscheiden in ongelovigen, gelovigen en bedelaars. De bedelaars kwamen niet verder dan de ingang waar ze zaten, waarbij mij opviel dat, kennelijke moslima’s, bij christelijke kerken zaten te bedelen. Valt daar meer te halen dan bij de moslim gebedshuizen?

De ongelovigen komen voor cultuur historische waarde en geschiedenis, de gelovigen wellicht ook. Onder de gelovigen, zo viel mij op, heb je ook  devoten, zij die geloven dat kraanwater heilig is, die ook geloven dat het aanraken van voeten van een prachtig beeld een louterende werking heeft enkel en alleen omdat het in een prachtig gebouw hangt.

Rome, verwarrend. Rijkdom en bittere armoede, kunst en troep op straat, vrolijkheid en ongelofelijke botheid, lawaai en rust, goed vervoer en staking.

Zou de paus wel weten dat er bedelaars zijn, heel symbolisch bij de ingang maar niet in zijn kerk?

 

Verliefd

Kijkend of er bekenden in de kroeg waren, voelde ik mij bekeken.

Ongeveer even jong als ik, achterstevoren op de barkruk, iets te grote bril, half lang donker haar, niet opgemaakt ondanks de uitgaansavond. Als vanzelf liep ik naar haar toe.
“Ha Johan, heb je al zo vaak gezien en over je gehoord.”

Ja, ik kwam veel in deze kroeg en ook in bar-dancings in die jaren 60. Meestal om te zien hoe het verging met vaak te jonge meiden, nog geen 16 jaar, die veel verleidingen niet konden of wilden weerstaan. In jeugdsociëteiten was het meestal niet spannend genoeg, waar ze dan later wel ervaringen met mij deelden, soms nogal schokkende.
De bijna 18-jarige stelde zich voor als Suzan, vroeg van alles aan mij en mijn ervaringen met het (te) jeugdige publiek. Ze bleek goed op de hoogte van mijn activiteiten en interesses.
Na mijn omzwervingen die avond wachtte ze op mij. We spraken uiteindelijk over heel veel, ook over haarzelf. De weken daarna startten we samen in dezelfde kroeg en eindigden ook gezamenlijk, ergens, tussendoor gingen we onze eigen weg. Zij had dat voorgesteld, ze wilde zich niet echt binden, wilde andere interessante personen ontmoeten en ontdekken. En, samen betekende niet dat de één de ander zou bezitten, jaloezie zou onze beider ontdekkingsreis maar verstoren.
Na een aantal maanden was ik dan toch haar vriend en kwam bij haar thuis, werd voorgesteld aan zus en ouders. De afgelopen periode was ik van haar gaan houden, we pasten goed bij elkaar zonder het over alles eens te zijn. Ze gaf ruimte, die ervaring had ik eigenlijk nog niet zo gehad, ze vroeg ook veel ruimte, dat was soms wel wennen.
Op haar kamer zei ze. “Ik weet niet voor hoe lang, maar ik beschouw me als je vriendin en wil alles van je weten en je echt kennen”.
In de periode die nu volgde bleef ze vaak (veel) langer weg dan we hadden besproken, ik voelde dat ze mij testte. Na een avond weer lang wachten, vertelde zij dat ze zichzelf ook testte en ondekte dat ze graag bij me was. In tegenstelling tot anders vertrokken we naar mijn kleine kamer met 1 smal bed, 1 stoel, een stelling met wat spullen en weinig kleding.
Zelfverzekerd kleedde zij zich uit, tot mijn verbazing, dit kende ik niet, die onbevangenheid en vrijheid. Zij wilde dat wij elkaar ontdekten. Bijna elk weekeinde, bij haar thuis of bij mij, nam zij initiatief.
Na 3 maanden maakte ze het uit, zomaar zonder aanleiding, geen toelichting. Ik was in shock.
Bij het ophalen van wat spullen bij haar thuis sprak haar moeder mij moed in: “Ze houdt echt van je, heeft tijd nodig, nog nooit heeft zij een dergelijk intense vriendschap gehad. Ze komt bij je terug”.
Zes maanden later wachtte zij mij op, 2 uur ’s nachts, voor de zekerheid was ze vanaf 10 uur in de buurt gebleven, om me niet te missen.
Het was licht toen ze wegliep van het bankje in het park, huilend.

God, Allah en vrede

Een column van zeker 12 jaar geleden, helaas nog steeds en weer actueel.

De 1e keer dat ik bewust met het conflict Israël en de Palestijnen in aanraking kwam is inmiddels 40 jaar geleden (nu dus 52 jaar). Een nieuwe collega had als vredessoldaat (2x) het nodige gezien en meegemaakt. Totaal gedesillusioneerd kwam hij terug. De verhalen waar hij ons mee confronteerde waren toch iets anders dan wij gewend waren om te geloven. Maar ja, ons gewone leven ging door. Hij stortte in, PTSS syndroom denk ik nu. Een tiental jaar daarna heb ik hem nog even gesproken, een wrak, het schokte mij.

Later had ik contact met een Israëliër, daar geboren. Toen hij zijn dienstplicht had vervuld vertrok hij naar Amerika. Twijfelend over de waarheid, bijna vermorzeld tussen opvoeding en  werkelijkheid, zijn werkelijkheid.
Hij schreef hoe het leven was, altijd dreiging, geweld, gewonden en doden. Ook hoe hem was geleerd dat er geen goede Palestijnen waren, zij waren altijd vijanden. En hij vroeg zich af, als tiener al, hoe dat moest aflopen. Hoe kon het nu ooit vrede worden als ouders aan beide zijden hun kinderen opvoeden met het vijandbeeld.

Aan hun beiden moet ik nu weer denken nu Israël en de Palestijnen hun geld, energie, mensen en toekomst opnieuw verspillen met het elkaar sturen van ongewenste raketten.
En nee, natuurlijk wil ik de wederzijdse situatie niet bagatelliseren, de conflicterende uitgangspunten wegpoetsen, maar zou educatie over historie en elkaar dulden niet heel erg helpen?

Hoeveel oorlogen zijn er al gevoerd in naam van God en in naam van Allah. Wat hebben die oorlogen opgeleverd?
Of moet ik er de hand van God, van Allah, in zien dat het een, niet zo fijnzinnige, manier is om nieuwe technieken te testen om overbevolking tegen te gaan?

Heel toepasselijk is hier één van mijn “doordenkertjes”

Weergaven: 3